Beverlands vrienden en bekenden.
Beverland had contact met heel wat toen bekende Nederlanders en Engelsen. Wie waren zij?

Bernard de Gomme (1620-1685). Beverlands stiefvader.

Tijdens zijn schooljaren woonde Beverland met zijn broers in bij dominee Pieter Coorne. Toen hij in Franeker ging studeren, woonde hij bij theologiehoogleraar Nicolaas Arnoldi (1618-1680, zie afbeelding links). Geboren in Lesna (Polen), leerling van Commenius, student van Maccovius en Cocceius. Hij was in Franeker de opvolger van die laatste. Gravure van Anthony van Zijlvelt, 1680. Rijksmuseum. Er is een brief uit 1679 van Beverland aan Arnoldi bewaard gebleven, geschreven vanuit de studentenkerker.

Nicolaas Heinsius sr. (1620-1681). Classicus en dichter. Reisde door heel Europa om klassieke teksten te bestuderen. Trad in dienst van Zweedse koningin Christina als bibliothecaris, samen met Isaac Vossius. Werd na aftreden Christina o.a. stadshistoricus van Amsterdam en diplomaat. Woonde vanaf 1675 te Vianen. Beverland trok veel met hem op en schreef hem een aantal brieven. Heinsius kreeg in Stockholm met Margareta (van) Wullen, dochter van Christina’s lijfarts, twee zonen. Margaretha trok naar Amsterdam. Heinsius trouwde daar op 2 augustus 1665 na jaren procederen tegen zijn zin met haar. Zijn verweer, dat Margareta samen met haar zusters in 1648 ‘moedernaeckt’ hadden geposeerd voor Govert Flinck en diens leermeester Jacob Backer, en vervolgens naakt door de tuin hadden ‘ghebuytelt’ werd niet beloond. Hij liet een bibliotheek van ca. 13.000 boeken na. De catalogus van zijn bibliotheek was in de 17e eeuw een van de meest geraadpleegde boeken.

Jacob Adriaensz. Backer, Margaretha van Wullen. Govert Flinck tekende een bijna identiek portret, in 1648. Ze was de moeder van Nicolaes Heinsius jr.

Nicolaas Heinsius jr. (1656-1718). Zoon van Nicolaas Heinsius sr. en Margareta Wullen. Studeerde medicijnen in Duitsland. Werd in 1677 uit de Republiek verbannen, nadat hij iemand op straat in Den Haag had doodgeslagen. Zwierf door Europa, werd in Rome lijfarts van Christina van Zweden. Woonde vanaf 1695 in Culemborg, waar banvrijheid was. Schreef de enige Nederlandstalige roman van de 17e eeuw, de schelmenroman Den vermakelyken avanturier, ofte De Wispelturige, en niet min Wonderlyke Levens-Loop van Mirandor. Deels autobiografisch. Afbeelding uit dat boek.


Prins Rupert van de Rijn (1619-1682). Hertog van Cumberland, prins van de Palts en van Bohemen. Neef van koning Charles II, kleinzoon van Willem van Oranje. Bij ons vooral bekend als Prins Robbert. Isaac Vossius en De Gomme vroegen hem om de zaak van Beverland te bepleiten, toen deze laatste in 1679 in Leiden in afwachting van zijn proces gevangen zat. Rupert groeide in ballingschap op in Den Haag en Leiden, diende (vanaf zijn 13e) in het leger van zijn oom, Prins Frederik Hendrik. Hij nam deel aan het beleg van Rijnberk (een Spaanse enclave in het land van Kleef) in 1633. In 1635 diende hij in de lijfwacht van Frederik Hendrik tijdens diens veldtocht dat jaar (‘een fiasco’). Nam deel aan het Beleg van Breda van 1637. Trok het jaar daarop naar de Palts om het terug te veroveren. Werd gevangen genomen, zat drie jaar gevangen in Linz. Hij nam in 1641 Bernard de Gomme mee naar Engeland. In 1643 kregen beiden een vrijgeleide om van het belegerde Oxford naar de Republiek te reizen. Nog tot in de vorige eeuw werd er een kinderliedje gepubliceerd, dat onherkenbaar terugging op een militaire mars over hem: “Prins Robert was een gentleman, / Een gentleman was hij; / hij had een broek van krenten an, / en een rokje van rijstebrij, […]”.
Gerrit van Honthorst, Prince Rupert (1641-2). National Portret Gallery.

Gerrit van Honthorst, Rupert as a boy as Mars.

Hans Sloane (1660-1753). Beverland was zijn secretaris en bibliothecaris. Hij wees in zijn laatste testament Sloane aan als een van zijn twee executeurs. Sloane verzamelde al jong natuur-historische en andere objecten. Hij ging medicijnen studeren, en plantkunde en farmacie. In 1685 werd hij lid van de Royal Society. Twee jaar later verzamelde hij op Jamaica duizenden planten en beschreef hij de muziek daar. In Londen vestigde hij zich als arts voor de upper class. Hij ondersteunde financieel Christ’s Hospital, net als Bernard de Gomme. Ondertussen legde hij een onvoorstelbaar grote verzameling van alles en nog wat aan. Hij kocht de verzamelingen van andere grote verzamelaars, onder wie bij voorbeeld Herman Boerhaave en William Courten. Uiteindelijk had hij 71.000 objecten, waaronder 50.000 boeken. Hij liet alles na aan de natie. Voor zijn verzameling werd het British Museum opgericht. De natuurhistorische objecten werden er wat verwaarloosd. Dat leidde tot de oprichting van het Natural History Museum. De boekenverzameling van het British Museum, waarvan de Sloane-collectie een groot bestanddeel was, leidde in 1973 tot de stichting van de British Library.
Hans Sloane, British Museum.

Meer over Rupert: hier.
