Bernard de Gomme en de Battle of Edge Hill.

Toen koning Charles I en het Parlement onder leiding van Oliver Cromwell niet in staat waren om een compromis te sluiten, verzamelden beide partijen grote legers. In oktober 1642 besloot de koning vanuit zijn verblijfplaats bij Shrewsbury naar Londen op te trekken. Onverwacht stootten beide legers op 22 oktober op elkaar bij Edge Hill. Bede legers waren slecht getraind, ontbeerden uitrusting en misten discipline: veldslagen kwamen in Engeland niet voor. Deze slag bleef onbeslist. Veel officieren aan beide kanten waren juist wel goed getraind: ze hadden voor de Zweden of de Republiek gevochten, waar de legers goed georganiseerd waren. Aan royalistische kant was de koning de opperbevelhebber. De Graaf van Lindsey was net benoemd tot zijn ‘Lord General’. De cavalerie werd geleid door de ook net benoemde prins Rupert van de Rijn. Die was met zijn maatje Bernard de Gomme niet veel eerder in Engeland gearriveerd. Duidelijk was, dat er slag zou moeten geleverd met de Parlementaire troepen van Oliver Cromwell, die pas drie jaar later een modern staand leger optuigde: de New Model Army, en het dus ook nog moest doen met een tamelijk ongeregeld zooitje.

Op het continent werden al decennia grote oorlogen gevoerd. De Republiek vocht af en aan tachtig jaar tegen de Spanjaarden. Grootschaliger nog was de Dertigjarige Oorlog. Oorlog voeren had zich op het continent ontwikkeld tot het belegeren en veroveren van steden. Die steden verdedigden zich met fortificaties, en hoopten op de komst van ontzettingslegers. Sinds de introductie van het buskruit werden kanonnen steeds krachtiger, en dus moesten stadsmuren voortdurend worden aangepast. Aarden wallen bleken beter bestand tegen kanonskogels dan stenen muren, terwijl het architectonisch ontwerp ervoor moest zorgen, dat aanvallers vanaf ieder punt konden worden beschoten. Hoeken werden afgestemd op de reikwijdte van een musketkogel. Goed opgeleide militaire ingenieurs waren nodig voor het ontwerp en de exacte afmetingen. Ze moesten dus ook wiskundig stevig onderlegd zijn, terwijl ze bij voorbeeld ook het omringende landschap moesten kunnen opmeten en op voor- en nadelen kunnen afwegen’. In Holland kon vaak het land rondom steden onder water worden gezet. Daarvoor was een goed uitgedacht systeem van sluisjes en dijken nodig.

Ook het leger werd in deze wapenwedloop drastisch aangepast. Vooral Prins Maurits speelde daarbij een grote rol. Soldaten moesten goed getraind worden, en goed betaald. Standaard-musketten waren van groot belang. De bevoorrading moest strak gepland worden, kampementen werden strak geordend op basis van wiskundige modellen opgebouwd, en met wallen beschermd. Wiskundig onderlegde kwartiermeesters waren daarvoor en voor de aanvoer van voedsel en munitie onmisbaar. Oorlog voeren werd een wetenschappelijke exercitie. Op voorstel van Simon Stevin stichtte Prins Maurits daarom een ingenieursschool als onderdeel van de Leidse universiteit. Het kan niet anders, of De Gomme studeerde daar, op jonge leeftijd en misschien samen met Prins Rupert, die toen in Leiden woonde. Het ontwerpen van fortificaties, wiskunde, landmeetkunde stonden op het deels door Stevin ontworpen curriculum. Lessen werden in het Nederlands gegeven.

Prins Maurits met het Staats leger: beleg van Wesel, 1620.

Op het continent waren veldslagen uiterst zeldzaam geworden, belegeren was in de mode. Hoe moest een veldslag worden aangepakt? De Engelse soldaten van beide partijen hadden er al helemaal geen ervaring mee. De door Charles geworven officieren wisten wel meer van militaire tactiek en waren wellicht getraind in het voeren van een veldslag. Lindsey had gediend in het Staatse leger van Prins Maurits. Die had voor een veldslag een soort diepe falanx bedacht, acht rijen soldaten diep. Prins Rupert vond de Zweedse tactiek veel beter: de troepen werden opgesteld in een soort schaakbordformatie. Rupert werd gesteund door Patrick Ruthven, die in het uiterst moderne Zweedse leger had gediend. Charles schaarde zich achter Rupert. Lindsey legde zijn functie neer, Ruthven volgde hem op. Rupert had zijn visie ondersteund met een door De Gomme getekende kaart, waarschijnlijk gebaseerd op een snelle schets van Rupert.

In 1845 schilderde Charles Landseer (zijn broer Edward is veel beroemder dankzij de ‘Monarch of the Glen’) de besprekingen over de opstelling. Rechts van de koning zien we eerst Ruthven (met een Zweeds-blauwe sjerp) en naast hem Lindsey met de oranje sjerp. Net achter hen tussen hen in ontwaren we onmiskenbaar prins Rupert: Landseer kende hun portretten. De gebruikte kaart lijkt op een militaire stafkaart. Maar dat is een anachronisme. Op het continent bestonden die al lang, maar daar werd ook vaak gevochten door staande legers. De Slag bij Edge Hill was de eerste veldslag aan het begin van de Engelse Burgeroorlog. De twee legers waren inderhaast bij elkaar geschraapt. Van enige organisatie was nog nauwelijks sprake. Er was nauwelijks iets georganiseerd om het Royalistische leger te ondersteunen. Militaire kaarten waren er wel voor de kustverdediging. Het was De Gomme die een belangrijke rol zou gaan spelen in alles wat nodig was om een leger te functioneren. In 1645 werd hij tot kwartiermeester-generaal benoemd. Hij is dan ongeveer 25 jaar jong. Ordnance Commissioners moeten zorgen voor alles wat leger en verdediging nodig heeft. De Gomme gaat in opdracht van hen werken als hij de fortificaties aan de kust en andere militaire versterkingen gaat aanpakken. Pas in 1683 wordt de Ordnance Survey als ondersteunende dienst voor het leger goed gereorganiseerd. Militaire cartografie wordt een belangrijk onderdeel. De eerste Chief Engineer van de Ordnance Survey moest alle kennis en kunde hebben om deze en alle andere taken te kunnen verrichten. Dus werd dat de zoveelste functie voor Sir Bernard de Gomme. De overheidsdienst, verantwoordelijk voor de officiĆ«le kaarten van het Verenigd Koninkrijk, heet nog steeds Ordnance Survey.

Charles Landseer, The Eve of the Battle of Edge Hill (1845). (Walker Art Gallery, Liverpool).

Enige tijd later tekende De Gomme de daadwerkelijke opstelling van het Royalistische leger op de dag van de slag. Op de achterkant signeerde hij deze kaart.

Bernard de Gomme, Slagorde bij de Batlle of Edge Hill, 23 oktober 1642. Royal Collection.

Copyright Theo Kentie.

Geverifieerd door ExactMetrics