De oorlogsjaren van mijn vader, deel 8.

8. Thuiskomst.

Op 27 februari 1946 meldde het informatiebureau van het Nederlandsche Roode Kruis aan de familie Kentie op de Noorderhavenkade 44b te Rotterdam, dat een opsporingsteam van het Rode Kruis had ontdekt, dat “Cornelis Kentje” op 6 april 1945 van het tuchthuis Celle naar Wolfenbüttel was overgebracht, maar dat verdere gegevens ontbreken. Weet de familie meer? Op 5 maart 1946 wordt het schrijven ontvangen en per kerende post schrijft mijn vader zelf terug, dat hij geen Kentje maar Kentie heet. In de nacht van 5 op 6 april 1945[i], zo meldt hij, is hij inderdaad op transport gesteld naar Wolfenbüttel. Hij kwam er ’s middags aan[ii]. Enkele dagen later werd hij door Amerikaanse troepen bevrijd. Hij is toen gaan lopen naar Hannover (een afstand van circa 80 km), waar hij enkele dagen over deed.

Wanneer hij precies is vertrokken uit de gevangenis, is niet duidelijk. De meeste gevangenen konden niet weg: de Amerikaanse frontsoldaten die hen hadden bevrijd, wilden ze niet laten gaan. Na de frontsoldaten kwamen er militaire autoriteiten. Toen mochten ze weg, maar Hausser bij voorbeeld weigerde te vertrekken zonder papieren. Vervolgens kwamen de Engelsen, en die haalden de papieren op uit Celle. Omdat het uit Celle afkomstige gevangenisdossier van Cornelis Kentie zich bij het NIOD in Amsterdam bevindt, heeft hij daar kennelijk ook op gewacht.

Hij werd vervolgens opgenomen in het Krankenhaus Ricklingen. Dat deels weggebombardeerde ziekenhuis had toen 280 bedden[iii].

Afbeelding 1: Krankenhaus Ricklingen, Hannover (nu: Siloah).

Op 9 mei ging hij met een transport naar Eindhoven, waar hij twee dagen later aankwam. Daar bracht hij enige weken in de omgeving door. Op 12 juni 1945 kwam hij weer thuis in Rotterdam[iv]. Hij werd een onbekende tijd later opgenomen in het hulpziekenhuis van het Rode Kruis aan de Mecklenburglaan in Kralingen. Waarvoor en hoe lang is niet bekend, waarschijnlijk tot december 1945 toen hij weer aan de slag ging bij de PTT. Hij ontmoette in het ziekenhuis mijn moeder, die er als hulpverpleegster werkte. Op 12 november 1946 trouwden ze.

Afbeelding 2: Hulpziekenhuis Mecklenburglaan.

 

Het einde van de oorlog betekende overigens niet, dat mijn vader van zijn straf af was. Op 5 juli 1945 constateert de Oberstaatsanwalt in Hannover, dat Kentie nog 7 jaar en 10 maanden moet zitten, tot 20 mei 1953. Maar waar is hij? Tuchthuis Celle meldt, dat Coneluis Kentje werd overgeplaatst naar Wolfenbüttel. Op 21 februari 1946 vraagt de Oberstaatsanwalt aan de gevangenisautoriteiten, of Cornelius Kentie zich daar nog bevindt. Op 1 maart antwoordt men, dat hij er vandoor is. Op 18 maart 1946 wordt het dossier officieel gesloten: het ziet er niet naar uit, dat Kentie weer gegrepen kan worden. Hij is bij de invasie van de geallieerden uit gevangenschap verdwenen en waarschijnlijk naar zijn vaderland teruggebracht. Aanbevolen wordt te doen alsof hij vrijgelaten is op basis van een besluit van de militaire regering. Het heeft, zo vindt men,  weinig zin om de zaak verder te onderzoeken.

Afbeelding 3: Noorderhavenkade, met puin gedempt, april 1945.

Op 11 december 1945 ging hij weer aan de slag bij de PTT. Pas op 26 juli 1947 kreeg hij weer een vaste aanstelling. Toen mijn vader dacht 25 jaar in overheidsdienst te zijn, bleek dat de PTT de jaren van zijn gevangenschap niet meetelde. Hij was vervolgens een jaar ziek thuis. Bij zijn pensioen als briefsorteerder (expediteur 2e klasse) kreeg hij een kalenderstandaard, waaraan een ieder jaar te ontvangen losbladige kalender voor gepensioneerde PTT’ers gehangen kon worden. Op de standaard stonden zijn dienstjaren vermeld, twee aaneengesloten periodes met een nadrukkelijk hiaat, bestaande uit zijn oorlogsjaren. Toch stond deze standaard gewoon in de kamer. Mijn broer Martin weet zich nog iets anders te herinneren. Bij de officiële plechtigheid vanwege zijn pensionering kreeg hij van de PTT ook een oorkonde, met daarop vermeld zijn dienstjaren. Thuisgekomen in de flat in Ommoord smeet mijn vader deze oorkonde vanaf het balkon naar beneden.

Tot zijn dood in 1998 bleef zijn veroordeling officieel van kracht, inclusief het eeuwige eerverlies. Pas in 1998 nam het Duitse parlement de Gesetz zur Aufhebung nationalsozialistischer Unrechtsurteile in der Strafrechtspflege aan: veel veroordelingen, waaronder alle op basis van de Volksschädlingsverordnung, werden herroepen[v].

 

[i] In het verslag van Trampmann [?] is slechts sprake van één transport van Celle naar Wolfenbüttel met 4 april als vertrekdatum. Gezien de afstand (70 km) kan de tocht nooit in één dag gedaan zijn, ervan uitgaande, dat er niet per trein werd gereisd, maar zoals meestal per voet of per open kolenwagen, zoals het transport naar Butzow, dat daar overigens een week over deed (brief afdeling Oude IJssel van het Rode Kruis, 26 februari 1946).

[ii] N.B.: vertrektijd uit Celle en duur van de tocht wijken af van de gegevens van Trampenau.

[iii]  http://de.wikipedia.org/wiki/KRH_Klinikum_Siloah en http://www.klinikum-hannover.de/sil/his/2postwar.htm. Het ziekenhuis bestaat nog steeds onder zijn oorspronkelijke naam Siloah.

[iv] Archief Rode Kruis, Den Haag.

[v] Gesetz zur Aufhebung nationalsozialistischer Unrechtsurteile in der Strafrechtspflege (1998):

  • 1

Durch dieses Gesetz werden verurteilende strafgerichtliche Entscheidungen, die unter Verstoß gegen elementare Gedanken der Gerechtigkeit nach dem 30. Januar 1933 zur Durchsetzung oder Aufrechterhaltung des nationalsozialistischen Unrechtsregimes aus politischen, militärischen, rassischen, religiösen oder weltanschaulichen Gründen ergangen sind, aufgehoben. Die den Entscheidungen zugrunde liegenden Verfahren werden

eingestellt.

  • 2

Entscheidungen im Sinne des § 1 sind insbesondere

  1. Entscheidungen des Volksgerichtshofes,
  2. Entscheidungen der aufgrund der Verordnung über die Einrichtung von Standgerichten vom 15. Februar 1945 (RGBl. I S. 30) gebildeten Standgerichte,
  3. Entscheidungen, die auf den in der Anlage genannten gesetzlichen Vorschriften beruhen.

Anlage:

  1. Verordnung gegen Volksschädlinge vom 5. September 1939 (RGBl. I S. 1679)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.