Afrekening met de ‘oude Libanon-stijl’.

Via Internet eindelijk eens gelezen wat er in het boek Libanon Lyceum 1909 – 2009 (Rotterdam, 2009) onder redactie van Els Oosterlaan en Dick Rietveld staat over voor mij belangrijke schoolgebeurtenissen. Oosterlaan was in 2009 afdelingshoofd op een school, Rietveld deed in 1965 eindexamen op het Libanon en gaf er later, geloof ik, les. Wat staat er in hun boekje over de vrolijke jaren zestig?

“Omdat na de schooluren de verantwoordelijkheid voor De Kelder werd overgelaten aan het nog onervaren Kelderbestuur was het vrijwel onvermijdelijk dat zich in deze zelfstandige ruimte uitwassen vertoonden van de nieuwe vrijheid. Dit uitte zich in drugsgebruik, andere omgangsvormen en opvallende veranderingen in uiterlijk en kleding. Oorbellen, stickies en oude bontjassen rekenden op vaak schokkende wijze af met de oude Libanonstijl.”

Die Rietveld is een historicus, maar je mag hopen, dat de jaren zestig niet zijn specialisatie is. Met de opvallende veranderingen in uiterlijk zal hij wel doelen op bij voorbeeld de lange haren bij jongens (Beatles-look). Er zijn weinig historici te vinden, die dat een onvermijdelijke uitwas van de nieuwe vrijheid noemen. Oorbellen zaten in die tijd alleen in oren van meisjes die toch echt nog de oude Libanonstijl hadden. Hij had ook kunnen noemen, dat sommige meisjes broeken gingen dragen. Lerares Nederlands Hoekstra noemde dat toen schokkend. Als illustratie van de oude Libanonstijl een klassenfoto met Dick Rietveld (voorste rij in het midden), het jaar dat ik toelatingsexamen deed.

Iets verderop staat: “Veel […] schade werd toegebracht door enkele gevallen van drugsgebruik in De Kelder, die de [sic] Libanon een slechte naam bezorgden.”

Het fabuleren over drugsgebruik in De Kelder begon al vroeg. Toen in het tweede jaar van De Kelder een ongebruikt en nog verpakt condoom werd gevonden en eenmalig de geuren van een wierookstokje de gangen van de school erboven bereikten, waren de rapen gaar: seks en drugs en groot rumoer in de docentenkamer. Het toenmalig Kelderbestuur, bestaande uit een zusje Knol, Peter Aubert en ondergetekende, hield wel van een beetje opschudding, maar niet van drugsgebruik, terwijl ook  de toenmalige schooljeugd niet, zelfs niet goed beschermd,  in een openbare ruimte aan het sexen ging. Maar ja, maak dat maar eens duidelijk aan op tilt staande docenten, die deels een kruistocht voerden tegen elke maatschappelijke verandering, en vooral tegen de extern democratiserende Mammoetwet.

We moesten op gesprek bij de rector, Verschoor. Met hem had je altijd vreemde, gemoedelijke praatjes, over zijn neef die bij de T-Set speelde, zijn dochter, die ook de muziek in wou, zijn vriend Jan Wolkers, en wat niet meer. Maar Verschoor wist ons ook te melden, dat Peter de grootste dealer van de school was, en ik de grootste gebruiker. Hij zag dat aan de lengte van onze haren. De grap was, dat wij beiden tegen blowen en andere vormen van drugsgebruik waren omdat dat iets voor ‘Kralingers’ was, en daarmee doelden we op kinderen uit de gegoede milieus, die inderdaad als eersten zich suf blowden. Wij van het Kelderbestuur waren daar heel erg op tegen: tevreden rokers zijn immers geen onruststokers.

Op een gegeven moment sloten wij,  het Kelderbestuur, de Kelder: we konden het niet meer aan. Er waren problemen met de toeloop van vooral eersteklassers, die er een chaos van maakten. We zagen zelden nog een lokaal van binnen, en we waren het voortdurende gezeik van docenten die nog nooit ‘beneden’ waren geweest, zat. We werden bovendien meer en meer opgezadeld met probleemkinderen, die bij ons terecht kwamen, zoals die eersteklassers die de sigarenboer waar mijn vader altijd zijn Golden Fiction-pakjes kocht, in groepsverband beroofden.

Maar De Kelder bleef nog wel toegankelijk voor een heel klein groepje leerlingen, in het bezit van de sleutel. En toen werd er voor het eerst echt geblowd. Niet door leerlingen met een andere sociale achtergrond en ‘met andere gedragspatronen en omgangsvormen’, zoals de auteurs dat op bladzijde 47 noemen, maar juist door de volgens hen verdreven kinderen uit ‘hogere sociale klassen’. Niet veel later blowden vooral leerlingen van de havo-afdeling aan de Mecklenburglaan, en nog wat later verspreidde drugsgebruik zich naar kinderen van de onderbouw en de mavo. Maar toen ging het steeds vaker om hard drugs, gepusht door dealers van buiten, die onder andere schaarste creëerden in hennepproducten. Speed, lsd en heroïne kon je niet ruiken in de docentenkamer, dus dat was kennelijk alleen ons probleem.

Maar wacht eens. Die Rietveld werkte al eerder mee aan een gedenkboek, toen het Libanon 70 jaar bestond, in 1979. Daarin lezen we, dat het gezag over De Kelder tijdens schooluren bij de schoolleiding lag (niet waar overigens), “maar daarbuiten bij het nog onervaren Kelderbestuur zelf. Zo was het vrijwel onvermijdelijk dat zich in deze zelfstandige ruimte uitwassen toonden [sic] van de “nieuwe vrijheid” van de late zestiger jaren: druggebruik, soms zelfs in verontrustende mate, andere omgangsvormen, opvallende veranderingen in uiterlijk en kleding, begeleid door harde muziek; dit alles doorbrak de vertrouwde “Libanonstijl” op vaak schokkende wijze. Oorbellen, stickies en oude bontjassen ruimden verouderde gedragspatronen op; misschien het duidelijkst gedemonstreerd tijdens Popfestivals, zoals dat in het Kralingse Bos van 1970.” Probeer de redenering te volgen (oorbellen die verouderde gedragspatronen opruimen, bij voorbeeld), en stel vast dat in 1979 het nog niet de schuld was van ons, arbeiderskindertjes (‘leerlingen met een andere sociale achtergrond’).

Ook in 1984 stelde Rietveld een herdenkingsboek samen. Daarin laat hij een anonieme verzekeringsagent die de hbs had doorlopen, over het jaar 1969 zeggen, dat De Kelder een belangrijke en geruchtmakende sociale functie had, waarbij een “radikale [sic] maar kleine groep” nogal nadrukkelijk zijn stempel drukte, niet alleen op het beeld van die Kelder, maar zelfs op dat van de leerlingen, waardoor “sensatieverhalen over alcohol- en drugsgebruik” de kans kregen een vertekend beeld te geven. Weer zo’n merkwaardige redenering, en weer niets over de verspreiders van die sensatieverhalen. Laten we er eens een van hen in het daglicht zetten.

Bron van veel verzinsels is vooral oud-docent H., die in het meest recente gedenkboek nadrukkelijk wordt bedankt. H. had alles van doen met Kelderopvolger Ramzes, en niets met De Kelder. Zijn blik op de werkelijkheid was toen al door veel Kralingse vooroordelen en een constante alcoholbeneveling sterk vertekend. Voor hem waren brave enigszins linkse jongeren, niet opgegroeid in een van de lanen, al gauw een kleine groep ‘radikalen’.

Aan het eind van mijn schoolloopbaan zat ik met enkele medeleerlingen diep in de nacht bij H. in de auto, toen hij in een zijstraat van de Oudedijk door de politie werd klemgereden vanwege zijn zeer slingerend rijgedrag. Wij leerlingen mochten verder lopen, H. werd meegenomen en was weer voor lange tijd zijn rijbewijs kwijt. Hij was niet de enige docent, die bijna constant onder invloed les stond te geven. Te dronken om auto te rijden, maar voor een klas kinderen staan was in die tijd blijkbaar geen probleem. Een goed idee voor een volgend gedenkboek: een hoofdstuk over alcohol in de klas.

Bronnen:

– Els Oosterlaan en Dick Rietveld (samenstelling), Libanon 1909-2009. Z.pl, september 2009.

– D. Rietveld (samenstelling), 75 jaar Libanon; 1909-1984. Rotterdam, mei 1984.

– G.R. Hendriks, J.M. van Lier, D. Rietveld en P. Verschoor (red.), Libanon 70 jaar. Rotterdam, mei 1979.

Lekker belangrijk na zoveel jaar, hoor ik je al denken. Klopt, ’t is ook niet iets waar ik van wakker lig. Maar gedenkboeken zijn bedoeld als geschiedschrijving, en als die vol verzinsels staan, mag je dat natuurlijk wel vaststellen. Bovendien: het geeft mooi weer waarom ons onderwijs nog steeds relatief achterloopt, waar het gaat om externe democratisering: de toegankelijkheid voor kinderen uit minder bevoorrechte milieus. Al op je twaalfde word je voorgesorteerd, waarbij afkomst nog steeds een grote rol speelt. Want de panikerende anti-Mammoetwet docenten van toen, bang voor statusverlies en verandering in het algemeen, hebben deels ‘gewonnen’. Ook dat blijkt uit de gedenkboeken.

Natuurlijk: is er veel veranderd. Maar dat ligt niet aan een grote groep docenten. CITO-toetsen, toegenomen welvaart en betere toegang tot informatie speelden een veel grotere rol. En wie, zoals ik, op zowat alle niveaus van het voortgezet onderwijs heeft gewerkt, weet, hoeveel verborgen drempels de toegang voor velen nog steeds belemmeren. Nog steeds hebben kinderen ‘met andere gedragspatronen en omgangsvormen’ en een opvallend ander uiterlijk het moeilijk op veel scholen.

 

(Het heeft even geduurd, maar nu staat het genoteerd: het is allemaal niet onopgemerkt gebleven).

aug. 2015

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.